Bij velen is de naam 'Grand Guignol' onbekend. Dit theater in Parijs had nochtans heel wat invloed op de latere horrorfilms. In dit artikel vertel ik wat meer over het onstaan en de geschiedenis van dit theater.
In 1894 vertrekt schilder Georges-Antoine Rochegrosse naar Algerije. Zijn atelier bevindt zich sedert 1880 in een steegje op de de hoek van nummer 20 in de Rue Chaptal in Parijs.(Later Cité Chaptal 7).
Het gebouw was ooit een kapel van een klooster dat tijdens de Franse revolutie werd verwoest. Rochegrosse heeft de ruimte al helemaal opengetrokken voor zijn atelier. Uitgever Maurice Magnier wil er een theater openen en laat de ruimte in 1895 verbouwen. Hij geeft de zaal daarna de eenvoudige naam 'Théatre Salon', maar het wordt geen succes.
Eind 1896 neemt Oscar Méténier, een redelijk succesvolle auteur de zaal over. Hij schrijft ook toneelstukken in een naturalistische stijl, over de ellende van de lagere klasses in Parijs, over diefstal, alcoholverslaving, prostitutie, sex, incest, kindermisbruik en vrouwenmishandeling. Zijn stukken worden opgevoerd in het 'Théatre Libre' van André Antoine, maar dat moet in 1893 wegens financiële moeilijkheden sluiten. Oscar Méténier wil in de Rue Chaptal dit naturalisme nieuw leven inblazen. De vroegere kapel met zijn neogothisch interieur, met houten, bewerkte panelen is daar uitermate geschikt voor. Achteraan bevinden zich zelfs nog biechthokjes met een hekken.
Voor het podium hangt links en rechts een grote engel
Oscar Méténier moet nog een naam bedenken en kiest voor Guignol, de naam van de marionet die Laurent Mourguet uit Lyon heeft ontwikkeld in 1808. Hij kleedt Guignol aan zoals de 'canuts', de wevers van Lyon. Guignol is volks, een deugniet en anarchist. Oscar Méténier, die al regelmatig met censuur werd geconfronteerd, vindt het een ideale naam. Hij voegt er nog grand bij en 'Grand Guignol' is geboren.
Hieronder: Aan de ingang van Le Grand Guignol
Oscar Méténier, stichter 'Grand Guignol'
Er kunnen iets minder dan 300 personen binnen en Grand Guignol is daarmee het kleinste theater van Parijs. De openingsavond is op 13 april 1897. Geen klassiek theater met één stuk, maar zoals bij varieté een avond met meerdere 'acts', of in dit geval 'opvoeringen'. Na een 'curtain raiser' volgen afwisselend een komedie, en een 'comédie rosse', over menselijke ondeugden, misdaad, moord, mishandeling, zoals de stukken die werden opgevoerd in het Théatre Libre. De vertoning eindigt met het langste stuk van de avond. Op 13 april is dat 'Mademoiselle Fifi', een adaptatie van Méténier van een kortverhaal van Guy de Maupassant uit 1882, waarin een prostituee een Duitse officier vermoordt. Omdat een prostituee op het podium te schokkend is wordt er geprobeerd het stuk te censureren of te verbieden, en is er vaak politie aanwezig in de zaal. Méténier zoekt ook inspiratie bij ongewone, bizarre berichten in de kranten, en politierapporten.
Op 11 november wordt de 100ste voorstelling 'Mademoiselle Fifi' en 'Monsieur Badin' van Courteline dat ook al op de openingsavond in april werd opgevoerd, gevierd met een 'Grand Guignol-banket'.
Maar ondanks het succes blijft Oscar Méténier is in wezen een avant-garde auteur, die zich voortdurend verder wil ontwikkelen. Het publiek van 'Grand Guignol' verwacht echter meer van hetzelfde, en in 1898 verkoopt Méténier zijn aandeel in de 'Grand Guignol' aan Max Maurey.
Max Maurey (geboren als Max Rapoport), 32 en ingenieur van opleiding, is vastbesloten een succes te maken van de 'Grand Guignol'. Geen experimenten, maar puur theater, waarin geen enkel sociaal taboe uit de weg wordt gegaan. Hij mikt op het soort publiek dat vroeger aanwezig was bij onthoofdingen door de guillotine, freakshows op kermissen of een wassen museum bezocht om er naar beruchte moordenaars te kijken. Op het podium wil hij bloederige verminkingen, martelingen, verkrachtingen, met speciale effecten, laten naspelen. Hij is ook een perfectionist, die zijn spelers tot het uiterste drijft , de speciale effecten voortdurend wil verbeteren om het zo natuurgetrouw te laten lijken, en scripts herschrijft. Hoofddoel, amusement door angst aan te jagen. En natuurlijk ook geld verdienen. Daarvoor laat Max Maurey ook een bar installeren in de zaal.
Max Morey
Annuaire Didot-Bottin 1900
Journal des Artistes 21 september 1900
In 1901 benadert Max de 32-jarige André de Lorde. Die is bibliothecaris in de 'Bibliothèque de l'Arselan.' Tijdens zijn jeugd vergezelt André zijn vader, die dokter is, wanneer hij overlijdens moet vaststellen. Zijn vader laat hem ook de wacht houden bij zijn overleden grootmoeder, om hem te overtuigen dat hij niet bang moet zijn voor een dode. André ontwikkelt daarna een obsessie voor gruwelijke, pijnlijke overlijdens, en een fascinatie voor het macabere.
Hij is ook een liefhebber van horrorverhalen, vooral die van Edgar Allan Poe. In 1897 is hij begonnen met het schrijven van toneelstukken. Er is geen vraag naar horror, en hij moet het dus bij komedies en vaudeville houden. Vanaf 1901 kan hij voor Grand Guignol ook horrorstukken schrijven. Voor een aantal daarvan focust hij zich op de nieuwe uitvindingen die velen nog wantrouwen. Ook krankzinnigheid komt veel aan bod. Hij werkt daarvoor samen met de psycholoog Alfred Binet, die een fan is van Grand Guignol. Binet 's ervaring met geesteszieken voegt nog meer realisme toe aan de toneelstukken. Max Maurey zorgt al vlug dat er ieder avond één of meer dokters aanwezig zijn, want er is altijd wel iemand die flauwvalt of moet overgeven, bij het zien van de levensechte moorden, verminkingen en andere gruwlijkheden. De Lorde krijgt later de bijnaam 'Prince de la Terreur'. Een aantal van zijn stukken worden ook verfilmd.
Hieronder: André de Lorde laat zijn toneelstukken ook in boekvorm uitgeven. In zijn eerste bundel 'Théâtre D' Épouvante' uit 1909, vertelt hij in het voorwoord onder andere over zijn jeugd. Het boek wordt nog altijd herdrukt.
Hieonder: Eerste druk met 'dédicace' en handtekening van de Lorde.
De latere horrorfilms maken gebruik van hetzelfde mecanisme dat gebruikt wordt in Grand Guignol. Toeschouwers weten op voorhand waaraan ze zich kunnen verwachten. De spanning wordt opgedreven tot een onvermijdelijk gruwelijk einde, dat de toeschouwers al verwachten en waar ze zelfs naar uitkijken. Het is de anticipatie die voor opwinding zorgt, tot de uiteindelijke climax afkeer opwekt, maar ook bevrediging. Vooral de dames uit de hogere klasses zijn verzot op Grand Guignol, hoewel ze bij de gruwelijke effecten vaak een hand voor hun ogen houden, net zoals velen nu doen bij het bekijken van een horrorfilm. Na de spanning volgt een luchtige komedie of licht drama waarbij iedereen zich wat kan opspannen in afwachting van nog wat meer spanning.
Femina 15 december 1910
Max Maurey meet al vlug het succes van een stuk af aan het aantal vrouwen maar ook en soms vooral mannen die het niet meer aankunnen en flauwvallen. In 1910 is Grand Guignol wereldbekend en één van de populairste toeristattracties in Parijs, net als de catacomben met zijn honderdduizenden schedels en beenderen.
In 1914 verlaat Maurey le Grand Guignol en wordt directeur van het "Théâtre des Variétés", één van de oudste theaters van Parijs. Hij blijft directeur tot 1940. Camille Choisy en Charles Zibell nemen het theater over. Choisy wordt de nieuwe directeur.
Hij zet nog meer in op speciale bloederige effecten, waarop soms zelf een patent wordt genomen. Inspiratie wordt gevonden in de oorlog en de nieuwe technologie. Gifgas, explosieven, electrische kabels, chirurgische instrumenten enz.. worden gebruikt op het podium. Paul Ratineau, acteur, werkt al sedert 1907 in Le Grand Guignol. Hij is ook een specialist in het vinden uitvinden en ontwerpen van de props en accessoires die nodig zijn voor speciale effecten en geluiden.
In 1916 doet de 18-jarige Marie-Thérèse Beau haar intrede in het Grand Guignol theater. Als artiestennaam gebruikt ze Paula Maxa. In 1915 en 1916 heeft ze een kleine rol 'Les Vampires', een film in 10 episodes, van Louis Feuillade.
Hieronder: Maxa in de 6e episode 'Les Yeux qui fascinent'. Ze speelt de meid Laure, die zopas wer aangenomen door Moréno. .
Later krijgt Maxa de bijnamen 'Sarah Bernhardt de L'impasse Chaptal' en 'La femme la plus assassinée du monde'. Ze wordt meer dan 10.000 keer vermoord op het podium. Ze vertelt later in een interview hoe ze onder andere werd gegeseld, gemarteld, in stukken gesneden, gespiesd, levend gekookt, opgehangen, gestenigd, in vieren gedeeld, vergiftigd, verbrand, gekruisigd, gescalpeerd, gewurgd, neergestoken, verslonden door een leeuw en verkracht...Haar voornaamste tegenspeler op het podium is Georges Paulais, die zich later vooral op zijn filmcarrière concentreert. Hij speelt mee in bijna 180 films. Maxa blijft op het podium en is na Les Vampires in geen enkele film meer te zien.
Camille Choisy werkt in de jaren 20 samen met Jack Jouvin, maar er zijn strubbelingen en meningsverschillen tussen de twee. In 1929 vertrekt Choisy en opent een nieuw theater 'Saint Georges' in de gelijknamige straat in Parijs. Hij opent op 8 februari 1929 met 'Une nuit d' Edgar Poe' van André de Lorde'. Jouvin neemt daarna alleen de leiding over.
Hieronder : 'L'homme qui a tué la mort' uit 1928
Ondanks het succes van Le Grand Guignol heeft Jouvin nieuwe plannen. Hij werkt Paula Maxa buiten en verlegt het accent van horror naar psychologische drama's.
De neergang van Le Grand Guignol is begonnen. Er moet nu ook geconcurreerd worden met de Amerikaanse horrorfilms. Jouvin verdwijnt in 1936. Een aantal directeurs volgen elkaar daarna op. In 1939 is dat Eva Berkson, die na de Tweede Wereldoorlog terugkeert, maar ze krijgt de Grand Guignol niet terug op de sporen. In 1951 nemen Denis en Marcel Maurey, twee zonen van Max de leiding over, maar ook zij kunnen het tij niet meer doen keren. Ondanks het toevoegen van erotiek vermindert de interesse voor Le Grand Guignol steed meer in de jaren 50 en begin jaren 60, en begin januari 1963 wordt het theater definitief gesloten.
Adrien Barrère, een schilder en poster-artist tijdens de Belle Epoque ontwierp en tekende een groot aantal van de posters voor Grand Guignol. Veel van zijn Grand Guignol posters worden nu herdrukt en te koop aangeboden. Een selctie van de posters in het volgende deel.
No comments:
Post a Comment