Vraag aan willekeurig 100 Vlamingen of ze ooit van Max Linder hebben gehoord, en de kans is groot dat het antwoord 100 keer negatief is. Nochtans was Max Linder de eerste grote filmster, die wereldberoemd was, en van grote invloed op Charlies Chaplin. Wie was die Max Linder?
Geboorte
Op 10 augustus 1880 huwen Jean Leuvielle (25), bijgenaamd Marcel en Suzanne Baron (23) in Saint-Loubès, een kleine gemeente op een 18-tal km ten noordoosten van Bordeaux. Ze wonen beiden in Cavernes, een klein gehucht van Saint-Loubès, vlak bij de Dordogne. In het begin van de zomer 1881 wordt op 28 juni hun zoon Gabriel Maurice geboren. Gabriel naar de vader van Suzanne Baron. Het is niet de bedoeling de voornaam Gabriel te gebruiken. De vader van Suzanne gebruikt die ook niet, hij is gekend als Armand. Het wordt dus 'Maurice' voor hun eerste zoon.
Twee jaar later volgt Gabriel, de toekomstige Max Linder. Zijn tweede voornaam moet Maximilien worden. Maar er gaat iets mis bij het inschrijving in de Burgerlijke Stand. Die vermeldt alleen Gabriel. Thuis wordt hij onmiddellijk Max genoemd. Wanneer Max ongeveer 3-4 jaar is krijgt hij cholera. Hij wordt naar eigen zeggen gered nadat men hem regelmatig in een warme bakkersoven legt.
Jeugd
Vader 'Marcel' Leuvielle is welstellend. Bij zijn huwelijk is hij 'eigenaar' maar hij is ook wijnmaker. De grootvader van Max, ook Jean Leuvielle is kleerhandelaar. In 1865 bereikt de wijnluis (phylloxera) vanuit Amerika de Franse wijngaarden en veroorzaakt de rest van de eeuw enorme schade, ook aan de wijngaarden van de Leuvielle-familie. De ouders van Max denken er daarom aan te emigreren naar Amerika. Ze willen eerst bekijken wat de mogelijkheden daar zijn en laten hun twee jonge zoontjes achter bij hun grootmoeder Jeanne Carteyron, de moeder van Suzanne Baron. Ze vertrekken eind november 1887, als toeristen naar Amerika.
Op 21 april 1888 wordt in Rochester in de staat New York, de derde zoon van Jean en Suzanne geboren, Gerard Laurent. Niet lang daarna keren ze terug naar Cavernes waar op 8 juni 1890 Suzanne Marcelle geboren wordt. Ze hebben Amerikaanse onderstokken mee waarop ze de Franse druivenrassen kunnen enten zonder verder gevaar voor de wijnluis. De zaken gaan vanaf dan goed voor de familie Leuvielle.
Max heeft een zorgeloze jeugd. Hij woont in een landelijke omgeving, waar hij op avontuur kan gaan. Hij is sportief en kan zich uitleven in boottochtjes op de nabijgelegen Dordogne. Wanneer hij 14 is moet hij echter op internaat in Talence, een 20 tal km van Cavernes. Max houdt van theater en wil later zelf optreden. Zijn vader is geen fan van theater en pas na veel moeite kan hij zijn ouders overtuigen om hem in het conservatorium in Bordeaux te laten inschrijven.
Theateracteur
Max krijgt een paar kleine rolletjes in een theater in Bordeaux. Om de familienaam Leuviëlle niet te associëren met een acteur moet hij van zijn vader een 'artiestennaam' gebruiken. Max kiest voor 'Lacerda' een naam die gebruikt wordt in het recente komische theaterstuk 'Madame Flirt'. Maar wanneer hij op een dag met zijn zus Suzanne in Bordeaux rondkuiert, merkt hij een schoenwinkel op met de naam 'Linder'. Dat klinkt beter en 'Max Linder ' is geboren. Max is klein van gestalte, maar 1m 62 cm, maar hij is atletisch en heeft een goede fysiek.
Wanneer zijn professor 'voordragen' van het conservatorium van Bordeaux naar Parijs verhuist om daar het theater 'L'Ambigu-Comique' te leiden, volgt Max hem. Hij vindt onderdak in La Rue Bleue. Max krijgt er weer wat kleine rolletjes. Hij wil er zich ook inschrijven in het 'Conservatoire national supérieur d'art dramarique', maar hij is 3 jaar na elkaar niet geslaagd voor het ingangsexamen.
Film
Lucien Nonguet, die hij kent van in het theater, geeft hem in 1905 een aanbevelingsbrief voor Pathé Frères. Max krijgt een contract en net als in het theater een aantal kleine rolletjes, een 8-tal samen in 1905 en 1906. In 1907 zijn dat er al iets meer dan 20, maar het blijven vooral bijrolletjes.
Hieronder zien we hem in het 2 minuten durenden 'Lèvres Collèes', van 11 januari 1907. Max is het personage met de hoge hoed.
Hij heeft wel een grotere rol in 'Les débuts d'un patineur ' en maakt daarin indruk op toeschouwers en op Pathé Frères. In 1908 is hij in bijna 30 films te zien. Hieronder in 'Vive la vie de garçon' (april 1908) en 'Le premier cigare d'un collègien'. Max begint nu hoofdrollen te krijgen.
In 1909 meer van hetzelfde. Max Linder treedt in iets meer dan 20 films aan. Hieronder de Nederlandse release van 'Amoureux de la femme à Barbe' met de nederlandse titel 'Max als circusartiest'. In Frankrijk gaat de film in augustus 1909 in première.
In 1910 krijgt Max Linder een idee. In samenwerking met Louis Gasnier introduceert hij in 'Les débuts de Max au cinéma' het personage Max die zich bij Pathè Frères aanbiedt met een aanbevelingsbrief, zoals ook echt gebeurd is. Behalve zijn vrouw en schoonmoeder speelt iedereen zichzelf.
Lucien Nonguet moet Max leren acteren.
In de buitenscène zien we een cameraman en regisseur Lucien Nonguet die instructies geeft. Met Max Linder zelf die samen met Louis Gasnier de film regisseert en een cameraman die de cameraman filmt, kunnen we hier spreken van de werkelijkheid die de fictie ontmoet.
Hij mag van Pathé nu zelf de senario's schrijven en ook regisseren. In 1910 acteert hij in iets meer dan 40 kortfilms, het merendeel met zijn personage Max.
Ook in de USA wordt Max Linder een bekende en graag geziene figuur. In het magazine Filmindex van 16 juli 1910 verschijnt een artikel over Max.
In zijn contract met Pathé Frères wordt bepaald dat Max ook nog mag optreden in het Théatre des Variétés en de Olympia. Vanaf begin april speelt Max Linder mee in 'La Grande Revue' in de Olympia in Parijs. Maar in november krijgt hij ernstige blindedarmonststeking. Een paar weken later bereikt dit nieuws ook Amerika.
Max is er erg aan toe en moet na de operatie enkele maanden rusten en revalideren. Hij filmt in de lente van 1911 'Max en convalescence, waarin hij zijn familie bezoekt. Zijn zuster Suzanne en ouders vertolken zich zelf in de kortfilm. Zie: Max Linder en convalescence. Hoewel hij eind 1910 nog ver van hersteld is, blijft Pathé Frères zijn public relations onderhouden. In het Amerikaanse Filmindex van 31 december 1910 verschijnt het volgende:
In 1911 worden maar 11 films met Max uitgebracht. Maar in 1912 en 1913 worden in een verschroeiend tempo Max Linder-kortfilms op de wereld losgelaten.
Max is een wereldhit en in ruil voor een contract met Pathé Frères van 150 films in 3 jaar tijd krijgt hij 1 miljoen frank, het hoogste bedrag dat een filmacteur tot dan verdiende. In 1912 maakt hij een Europese tour, waarbij hij onder andere Barcelona, Madrid, Lissabon, Berlijn en Wenen aandoet. Hieonder: Der Kinematograph 11 december 1912
Hieronder: herinnering aan de vertoning van 'Max contre Nick Carter' in de de Cinema Brasserie Rochechouart (in de Rue de Rochechouart 66 in Parijs). De film ging in release op 31 mei 1912
In 1904 krijgt Max Linder vrijstelling van militaire dienst. In 1914 neemt hij op 34-jarige leeftijd toch vrijwillig dienst en wordt ingedeeld bij 'Le 19e Escadron du train des Equipages' als autochauffeur maar wordt onmiddelijk overgeplaatste naar het 15e Artillerie regiment. In 1914 wordt enkele keren in diverse kranten onterecht geschreven dat de befaamde acteur Max Linder overleden is.
Hieronder: 'De Provinciale Geldersche en Nijmeeghse Courant' 25 september 1914. Dat Max Linder van Duitse afkomst is volledig uit de lucht gegrepen.
Max kampt wel met serieuze gezondheidsproblemen. Op 5 december 1914 wordt hij ondergebracht bij de hulptroepen wegens een abdominale hernia. Op 2 april 1915 wordt hij opnieuw onderzocht en wordt deze periode verlengd. Er wordt vermeld dat hij na een operatie voor deze abdominale problemen verzwakt is. Max blijft toch opdrachten uitvoeren met de motor of de auto, en na een koude nacht die hij naast zijn auto buiten doorbrengt loopt hij ook nog tuberculose op. Dit betekent het einde van de oorlog voor Max Linder. Op 25 april 1915 wordt hij definitief afgekeurd voor verdere dienst.
In 1913 heeft Max Linder al het idee een eigen bioscoop te openen. Begin januari 1914 is architect Conin klaar met de plannen en kort daarna word er begonnen met de bouw in de Boulevard Poissonnière 24 in Parijs. De nieuwe zaal opent op vrijdag 18 december 1914. De nieuwe films met Max worden voortaan exclusief in deze zaal vertoond.
Excelsior 18 december 1918
Ondanks het oorlogsjaar komen in 1914 toch een 25 tal nieuwe Max Linder films op de markt. In 1915 zijn er dat maar 4 meer. Na zijn ontslag in het leger eind april 1915 moet Max weer op krachten komen. In de zomer van 1916 verblijft hij in een kuuroord in Châtel-Guyon. Hij krijgt daar bezoek van de vertegenwoordiger van Essanay in Londen. George Kirke Spoor één van de oprichters van de Essanay Studios in Amerika wil Max Linder overhalen een contract te tekenen met zijn filmmaatschappij en naar Amerika te komen. Charles Chaplin heeft zopas begin juni nog een contract met Spoor ondertekend, voor het draaien van 6 nieuwe komedies tussen 1 juni en 1 januari (Chaplin gaat slechts 7 van de 10 films maken en Essanay verlaten, waarna ze elkaar verscheidene rechtszaken aandoen).
Georges Spoor wil naast Chaplin een tweede filmster en stelt Max Linder voor 12 films voor Essanay te maken in de studios in Chicago, waarvoor hij ongeveer 2 miljoen frank zal ontvangen. Max accepteert het voorstel. In het najaar voelt hij zicg voldoende hersteld en op 29 oktober vertrekt hij vanuit Bordeaux op de S.S. Espagne naar de USA, waar hij op 9 november voor de eerste keer voet aan grond zet.
In een vorige post had ik het over Max Linder. Eind 1910 heeft hij een blindedarmontsteking en kan pas rond de lente van 1911 terug beginnen werken. Tijdens zijn lange afwezigheid hebben een aantal kranten gesuggereerd dat hij overleden is. Eén van de kortfilms die Pathé Frères in 1911 uitbrengt is 'Max en convalescence. Max bezoekt na een operatie zijn ouders bij hen thuis. Tevens het bewijs dat Max Linder nog gezond en wel is.
In 'The Moving Picture World' van 4 mei 1912 verschijnt het volgende artikel:
Hieronder: Voorstelling in de recent gebouwde bioscoop Pathé in de Veldstraat te Gent. 'Le Demon du Jeu' is een (verloren) kortfilm van Gérard Bourgeois.
Max en Covalescence gaat in Parijs in première op 27 oktober 1911 en draait nog in januari.
Le Rayon - januari 1912
Wat zo bijzonder is aan 'Max en convalescence' is dat de fictie hier de werkelijkheid ontmoet. Max Linder bezoekt effectief zijn echte ouders in zijn geboortedorp Saint-Loubès. Nu vroeg ik me af of het zonder Saint-Loubès te bezoeken mogelijk zou zijn de locaties waar er gefilmd werd te vergelijken met nu. Ik deed een poging. Wie eerst de film wil bekijken kan dit doen onderaan.
Max komt aan met de trein
Eerste beelden. We zien een trein toekomen. Even later zien we dat dir in Saint-Loubès is. Nu nog achterhalen uit welke richting de trein komt. Dat kunnen we vaststellen aan de hand van deze 3 postkaarten uit dezelfde periode.
Op het filmbeeld zien we links een gebouw dat overeenkomt met dat op de kaart in het midden, langs dezelfde kant van het station.
De stationsbediende staat dus aan de overkant van het station. Deze volgende kaart bevestigt dat. De reling en paaltje op het filmbeeld stemmen overeen met de linkerkant van de kaart.
Op deze derde kaart lezen we dat deze trein uit Libourne komt. De trein in de film komt dus uit de richting van Bordeaux.
Nu Max gearriveerd is (in de film - of hij echt op de trein zit of samen met de filmploeg is aangekomen weten we niet) moet hij het station verlaten. Buiten voor het station wacht zijn zuster Suzanne Marcelle hem op.
Er is weinig twijfel dat het echt om het station van Saint-Loubès gaat. We vergelijken even met een kaart. Die is niet van dezelfde kwaliteit als het filmbeeld, maar we zien toch duidelijk de klok, deur en medelings/posterbord.
En hoe ziet het er nu uit. Net als in veel gemeenten is de omgeving nu bijna onherkenbaar. Ongeveer hier wachtte Suzanne haar broer Max op.
Foto genomen van waar vroeger rechts het statiosngebouw stond
Suzanne en Max begroeting en vertrek
Boven en onder: door het houten hekken zien we het gebouwtje met het toilet voor de heren links van het station en de electriciteitspaal.
Suzanne heeft een kleine paardenkoets mee en na het instappen vertrekken ze op de Rue de la Caverne.
Onderweg
De korte film wordt natuurlijk in afzonderlijke scenes opgenomen. Voor de volgende scene laat Max Linder de camera plaatsen in de mooiste laan van het gehucht Cavernes, de lange rechte 'Avenue du Port'. De laan heeft een dubbele rij bomen, waarachter aan de rechterkant huizen gebouwd zijn. Max laat de koets vertrekken van voor de huizenrij, zodat ze al vaart heeft wanneer Suzanne tussen twee bomen naar links draait. In de film krijg je zo de indruk dat ze uit een zijstraat komen.
Links zien we een oude mijlpaal die we ook op deze kaart terugvinden.
Toestand nu - aan de eerste boom links stond de mijlpaal
Hieronder: De Avenue du Port vanaf de andere richting. Hier zien we hoeveel tussenruimte er was tussen de huizen en de eerste bomenrij, om met de koets een aanloop te nemen.
Hieronder: linksonder stond de oude mijlpaal en is de bocht waar Suzanne en Max indraaien. Het eerste huis aan de overkant in de bocht is hun ouderlijk huis. Maar daar gaat Max Linder nog niet filmen. Hij heeft een ander idee.
Het kasteel
Op het eerstvolgende beeld zien we wat de achterkant kan zijn van een grote villa. Er is een uitsprong met zuilen.
Suzanne en Max komen in volle snelheid aangereden en links zien we een paviljoen.
Ze stappen uit en we krijgen de indruk dat ze op hun bestemming zijn.
Maar ze vertrekken in tegenovergestelde richting. In het midden passeren ze de ingang naar wat waarschijnlijk een park is. Links is er een passage die overgroeid is met bladeren en waarin het tweetal verdwijnt.
De vraag is nu, als dit niet hun ouderlijk huis is, waar zijn ze dn uitgestapt? De zuilen kunnen al helpen maar een later beeld in de film verstrekt zekerheid. Er wordt nu gefilmd vanuit wat we daarnet al dachten dat het een park was. We zien in de verte nu beter de achterkant van het grote landhuis. Het zwarte object dat we in de foto met Suzanne en Max niet direct kunnen identificeren blijkt een fontein te zijn.
Een paar postkaarten tonen ons om welk landhuis, in dit geval een kasteel genoemd, het gaat: 'Le Château Chartran.'
De foto die gebruikt wordt voor de postkaart is van een vroegere datum en de deuren zijn bij het filmen in 1911 ondertussen vernieuwd. Als enig twijfel ons nog zou kunnen besluipen dan is er nog de fontein.
Nog een derde feit bewijst dat het om Château de Chartran gaat, maar dat is voor later. Het landgoed, dat alleen via twee zandwegen kan bereikt worden is nu vervallen. We zien ook dat de voorkant direct uitgeeft of de spoorweg.
We volgen nu Suzanne en Max. Nadat ze verdwijnen is het eerstvolgende beeld de voor- of achterkant van een huis. Het is in ieder geval omheind.
Suzanne en Max komen al pratend en lachend vanachter de hoek. Hun ouders staan hen al op te wachten. We zien vader Jean Leuvielle en moeder Suzanne Baron.
Ze gaan daarna alle vier binnen. In het laatste shot zien we dat de zware deur een voordeur is en dat het dus om de voorkant van het huis gaat.
Nu gaat het dus waarschijnlijk om het huis van de familie Leuvielle. Helaas hebben we hiervan geen oude foto en postkaart on dit te bevestigen. Maar op internet is de locatie van het geboortehuis van Max Leuvielle-Linder vlug terug te vinden, dus een vergelijking met de huidige toestand is wel mogelijk.
Er is geen twijfel dat het om dit huis gaat. Zelfs de voordeur is meer dan honderd jaar nog dezelfde, al heeft ze wel een andere kleur gekregen.
Bocht waar Suzanne en Max indraaien met de koets voor het ouderlijk huis.
Blijft nog de vraag waarom Max Linder kiest voor Le Château de Chartran om aan te komen. Dat is omdat hij goed met het landgoed vertrouwd is en de koets is waarschijnlijk ook eigendom van het landgoed. Het landgoed ligt ook dicht bij het huis waar hij opgegroeid is. Een derde factor die bewijst dat het wel degelijk om dit kasteel gaat. Op de luchtfoto hieronder zien we de locatie van het huis van Max en het landgoed. Bij vergelijking met een luchtfoto uit de jaren 50 blijkt dat bijna alle huizen die zich in de omgeving bevinden van het geboortehuis van Max pas na 1950 werd gebouwd. De omgeving van het ouderlijk huis zal in de jaren 80 en 90 van de 19e eeuw nog landelijker geweest zijn.
Het landgoed dat alleen via twee zandwegen kan bereikt worden ligt er nu vervallen bij.
Wat komedie
Max Linder is gekend als komiek en er volgen een aantal grappige situaties, die in de tuin van het ouderlijk huis en het park van het landgoed Chartran worden opgenomen. Suzanne en Max bezoeken een pony dat er daarna plezier in vindt Max te plagen. Het bezorgt hem een natte douche, vernielt zijn jas, trekt het tafelkleed weg waardoor hij valt en duwt zijn tuinstoel omver. Max zoekt daarna het de pony op en worstelt er wat mee. We zien ook de trouwe hond van de familie. Het is echter niet duidelijk of dit effectief de hond van de familie is, of tot het landgoed behoort. Hij gaat in ieder geval nog een belangrijke rol spelen.
Hieronder. De tuin van het Leuvielle-huis nu. Het is mogelijk dat die vroeger veel groter was, en dat er grond werd verkocht waarop de huizen in de omgeving werd gebouwd. Het park van het Château de Chartran hebben we al gezien. Het valt niet te achterhalen wat waar werd gefilmd. Waarschijnlijk plukt Suzanne de kersen wel in hun in de eigen tuin, maar dat is geen zekerheid.
Max gaat vissen
Daarna volgt er een nieuwe scène op een andere locatie. We gaan naar een hellende weg met losse kasseien en zien Max die van plan is te vissen. In de achtergrond staat een huis, waarschijnlijk op een hoek. De bomenrijen aan weerszijden van de straat doet al vlug denken aan de Avenue du Port, die we al te zien kregen in de koetsscène.
Een aantal kaarten waarop we hetzelfde hoekhuis terugvinden helpt ons om dat vermoeden te bevestigen.
Hieronder: Max vist hier aan de rand van de Dordogne.
Ook hier is de omgeving nu totaal veranderd.
De finale
Na de locaties teruggevonden te hebben, overloop ik ook nog even de finale van de film,
Alles is op voorhand klaargezet om Max te laten neerzitten bij het vissen. Een balk op een krat, maar er is nog een tegengewicht nodig om die op zijn plaats te houden, en laat er daar nu net toevallig een grote bloempot op straat staan.
Maar zijn plaaggeest breekt de omheining en gaat op zoek naar Max. Die heeft hij al vlug gevonden en bij het onderzoeken van de plant duwt hij die om om waardoor Max in de Dordogne dondert en dreigt te verdrinken. Maar de trouwe hond voelt onraad en spurt weg door de kasteeltuin (zie foto hoger). Onvervaard springt hij in de Dordogne en redt Max van de verdrinkingsdood.
De kortfilm eindigt met Max die de hond knuffelt en een close-up van de trouwe viervoeter.
Velen zullen bij het bekijken van de 10 minuten durende film denken 'is het dat maar'. Maar niet vergeten dat het pas 1911 is. Film staat nog in zijn kinderschoenen. Het idee om Max zijn echte zuster en ouders te laten ontmoeten is origineel, net als het filmen op locaties die hij goed kent, en waar hij is opgegroeid. Er wordt ook aan de komische noot gedacht en de 'trucs' met het paard en de hond zijn meer dan bevredigend.
'The Moving Picture World' is alvast enthousiast. In de uitgave van 25 mei 1912 verschijnt deze recensie.
En tenslotte de film zelf. Bekijk hier volledig 'Max en convalescence'.