In 1918 filmt Max Linder niet. Met veel rust probeert hij er terug bovenop te komen. Hij verblijft geruime tijd in Zwitserland. In 1919 maakt hij voor Pathé de film 'Le petit café', geregisseerd door Raymond Bernard. De film bestaat uit 5 'reels' en heeft een speelduur van 55 minuten. Le petit café wordt op 19 december in Frankrijk uitgebracht.
Max blijft niet in Frankrijk voor de release van 'Le Petit Cafe'. Hij is op 11 november vanuit Le Havre op de S.S. France opnieuw vertrokken naar de USA. In het magazine 'Ciné pour tous' van 20 december lezen we in een interview een uitleg van Max voor zijn vertrek naar de USA. 'In Frankrijk zijn ze niet georganiseerd om goede films te draaien. Er zijn geen moderne studios met een electrische installatie, geen houten décors, maar geschilderde op canvas enz...'
![]() |
| Exhibitors Herald 1 december 1919 |
In januari neemt Max zijn intrek in het Beverly Hills Hotel in Los Angeles. Hij heeft nog niet beslist met welke maatschappij hij zal samenwerken.
Hij heeft in het voorjaar ook weer contact met Charles Chaplin en ze poseren in maart samen voor Photoplay.
Max heeft geen haast om aan een nieuwe film te beginnen. 'Le Petit Café' is nog niet uitgebracht in Amerika en de release ervan op 6 juni 1920 is een uitstekende gelegenheid om het Amerikaanse publiek weer kennis te laten maken met de Franse komiek.
In mei bezoekt Max samen met Louise Balthy de Fox Studio's en poseert er met de western-acteur 'Tom Mix'
Max Linder beslist uiteindelijk niet te tekenen bij een grote studio en zijn eigen maatschappij op te richten. In 'Camera!' van 14 augustus 1920 lezen we:
Als 'Max Linders Productions' maakt hij gebruik van de Maurice Tourneur studios bij Universal.
Een scene van de eerste onafhankelijke productie 'Seven Years Bad Luck' wordt afgedrukt in 'Exhibitors Herald' van 7 augustus 1920. In hetzelfde nummer vernemen we ook dat de film klaar is.
Op 25 september verschijnt in de Exhibitors Herald een eerste gunstige recensie van de nieuwe Max Linder komedie.
Begin december sluit Harry Cauldfield de manager van Max een contact met de nieuwe Robertson-Cole filmmaatschappij. Zijn volgende film gaat hij nog opnemen in de Universal Studios en daarna in de nieuwe studios van Robertson-Cole in Pacific Palisades in Los Angeles. Midden december begint Max met het filmen van zijn tweede komedie, gebaseerd op een Frans toneelstuk 'Coralie et compagnie'. Voorlopige werktitel is 'Pep' of 'Too Much Pep', Zijn eerste film is ondertussen nog niet officieel uitgebracht in de zalen. Robertson-Cole is verantwoordelijk voor de release.
De film gaat op 6 februari 1921 in première. Op 5 februari verschijnt dit artikel in Motion Picture News.
![]() |
| Picture Play mei 1921 |
Niet lang na de release van 'Seven Years Bad Luck' is de tweede komedie van Max klaar. In 'The Film Daily' van 24 april 1921 verklapt Robertson-Cole de titel: 'Who Pays My Wife's Bills'.
Maar een maand later onderhandelt Max Linder succesvol met Robertson-Cole om zijn contract te verbreken. Hieronder: Moving Picture World 28 mei 1921.
Nadat hij Robertson-Cole verlaten heeft, sluit Max een contract met Goldwyn, dat de film op 6 november 1921 uitbrengt.
![]() |
| Arnhemse Courant 8 februari 1923 |
Max Linder is ondertussen al bezig met de planning van zijn derde film. Op 28 augustus wordt 'The Three Musketeers' van Fred Niblo, met Douglas Fairbanks uitgebracht in de USA. Max Linder wil een parodie maken op de film.
![]() |
| Moving Picture World 15 oktober 1921 |
Max Linder sluit een overeenkomst met 'Allied Producers & Distributers Company' een nieuwe afdeling van United Artists, de filmmaatschappij die in 1919 werd opgericht door Charlie Chaplin, Douglas Fairbanks, Mary Pickford en David Wark Griffith. De releasedatum wordt 27 augustus 1922.
![]() |
| Moving Picture World 22 juli 1922 |
![]() |
| Exhibitors Trade Review 29 juli 1922 |
In het najaar van 1922 keert Max Linder terug naar Frankrijk. In een interview met Cinéa vertelt hij dat hij eerst naar Zwitserland gaat voor wat wintersport waarna hij in januari teug naar de USA wil vertrekken.
Max vertrekt daarna naar Zwitserland, maar hij blijft hij er heel wat langer dan gepland. Op 3 februari meldt The Exhibitors Herald dat hij in Lausanne werd verrast door een lawine en zware verwondingen heeft opgelopen, waarbij hij onder andere een arm heeft gebroken.
![]() |
| Cinéa 23 maart 1923 |
Max Linder besluit echter plots niet terug te keren naar Amerika en tekent in mei een contract met het Oostenrijkse 'Vita'.
![]() |
| Ciné Journal 26 mei 1923 |
Deze plotse ommezwaai heeft te maken met een jong meisje. In Chamonix heeft Max in het voorjaar ontmoet de 17-jarige Jeanne 'Ninette' Peters ontmoet en hij is stapelverliefd haar. Hij vraagt haar al vlug ten huwelijk, maar Mathilde Peters, de moeder van het meisje weigert haar toestemming te geven. Jeanne zou de dochter zijn van een invloedrijke politieker of industrieel, maar in de pers wordt zijn naam verzwegen. Max neemt Jeanne Peters daarop zonder toelating mee naar de riviera, en wordt verdacht van kidnapping.
![]() |
| 11 mei 1923 |
Maar uiteindelijk dient Mathilde Peters geen klacht in, waarschijnlijk om een schandaal te vermijden en stemt met tegenzin in met het huwelijk. Max en Jeanne huwen op zaterdag 1 augustus in Passy in het 16e arrondissement van Parijs.
Max Linder heeft nu alles, beroemdheid, een nieuw contract voor een film die hem veel geld zal opbrengen en op 39-jarige leeftijd een jonge bruid. De toekomst ziet er dus veelbelovend uit. Maar niets is minder waar.
Vervolg in: De ondergang van Max Linder.




























































No comments:
Post a Comment